Welzijn in de 21e eeuw

Op zoek naar innovaties en innovatief organiseren in de sociale sector

ESSAY

 

SHIFT HAPPENS

Prenten van Jörg Müller van het Zwitserse dorp Güllen door de jaren heen. De kat verandert niet (klik hier voor een grotere weergave). De titel boven de prenten, shift happens, komt van Adjiedj Bakas.

De boodschap? We staan aan de vooravond van een totaal nieuwe tijd waarin de mensen slimmer en socialer zijn dan ooit tevoren. Toch zullen er individuen zijn die niet meekomen vanwege een beperking, afkomst, slijtage, een life-event of een ongeval. En niemand hebben die ze helpt. Gaan we dat oplossen met het welzijnswerk van 1970? 1990? 2011? Zit daar dan verschil tussen? Echt? Of is welzijnswerk die witte kat die altijd dezelfde blijft?

Zorg + welzijn

Welzijnswerkers zijn de docenten van vrijwilligers

Aan vrijwilligers worden steeds meer eisen gesteld. De welzijnswerkers c.q. sociaal werkers richten zich steeds meer op de deskundigheidsbevordering van vrijwilligers.

Weergaven: 764

Hierop reageren

Berichten in deze discussie

Dat zou een heel mooi uitgangspunt zijn. In de praktijk zie ik het echter weinig gebeuren. Bij sommige welzijnsorganisaties is het 'onderwijzen' van vrijwilligers iets dat erbij gedaan wordt. Als je echt iets wilt bereiken op dit gebied zou het een doel op zich moeten zijn.

Er zijn wel goede voorbeelden uit de praktijk. In breda hebben bewoners, na een projectperiode met ondersteuning van een coach, zelf een stichting opgericht die nu andere bewoners helpt om projecten op te zetten. Het kan dus wel, maar het gebeurt veel te weinig.

 

Iets ontbreekt nog in deze discussie en dat heeft te maken met de vrijwilliger die de welzijnswerker nog iets te leren heeft. Volgens mij wordt er nog steeds met enige regelmaat de term "Een leven lang leren" gebruikt door de beleidsmakers. Ik ben daar een groot voorstander van, maar de praktijk is vaak anders.

Ik denk dat hier voor de sector welzijn kansen liggen, maar dan wel als het gaat om co-creërende en wederkerige processen. Ik kan wat van jou leren en jij of iemand anders kan wat van mij leren. Gelijkwaardige processen waarin de welzijnswerker ook met enige regelmaat de rol van leerling in kan nemen. Als welzijn zich de rol van procesbegeleider op zich neemt en af stapt van scholing1.0 liggen er vele kansen om bij te dragen aan een lerende samenleving.



Erik Boele - de Zeeuw zei:

Iets ontbreekt nog in deze discussie en dat heeft te maken met de vrijwilliger die de welzijnswerker nog iets te leren heeft. Volgens mij wordt er nog steeds met enige regelmaat de term "Een leven lang leren" gebruikt door de beleidsmakers. Ik ben daar een groot voorstander van, maar de praktijk is vaak anders.

Ik denk dat hier voor de sector welzijn kansen liggen, maar dan wel als het gaat om co-creërende en wederkerige processen. Ik kan wat van jou leren en jij of iemand anders kan wat van mij leren. Gelijkwaardige processen waarin de welzijnswerker ook met enige regelmaat de rol van leerling in kan nemen. Als welzijn zich de rol van procesbegeleider op zich neemt en af stapt van scholing1.0 liggen er vele kansen om bij te dragen aan een lerende samenleving.

 

Mijn post tijd geleden:

Agogen zelf kunnen, en moeten, nog veel leren van vrijwilligers en klanten willen zij uberhaupt diezelfde vrijwilligers en klanten iets kunnen bieden. Als docentschap inhoudt dat agogen vrijwilligers stimuleren, ondersteunen en helpen om hun vragen en behoeften vanuit eigen kracht tegemoet te treden, dan is dat prima. Maar we zijn hopelijk het stadium voorbij dat wij vanuit onze kennis en professionaliteit weten wat goed voor hen is. Een agoog is misschien wel een eeuwige student, en de buurt, wijk of stad zijn (permanente) leer-werkplek.
Wel gelezen, maar niet tot mij doorgedrongen - sorry. Laat niet onverlet dat ik de eerste welzijnsorganisatie die het credo "een leven lang leren" een structurele plek binnen het eigen werkveld en beleid heeft gegeven, nog moet tegen komen. 

sander plompen zei:


Erik Boele - de Zeeuw zei:

Iets ontbreekt nog in deze discussie en dat heeft te maken met de vrijwilliger die de welzijnswerker nog iets te leren heeft. Volgens mij wordt er nog steeds met enige regelmaat de term "Een leven lang leren" gebruikt door de beleidsmakers. Ik ben daar een groot voorstander van, maar de praktijk is vaak anders.

Ik denk dat hier voor de sector welzijn kansen liggen, maar dan wel als het gaat om co-creërende en wederkerige processen. Ik kan wat van jou leren en jij of iemand anders kan wat van mij leren. Gelijkwaardige processen waarin de welzijnswerker ook met enige regelmaat de rol van leerling in kan nemen. Als welzijn zich de rol van procesbegeleider op zich neemt en af stapt van scholing1.0 liggen er vele kansen om bij te dragen aan een lerende samenleving.

 

Mijn post tijd geleden:

Agogen zelf kunnen, en moeten, nog veel leren van vrijwilligers en klanten willen zij uberhaupt diezelfde vrijwilligers en klanten iets kunnen bieden. Als docentschap inhoudt dat agogen vrijwilligers stimuleren, ondersteunen en helpen om hun vragen en behoeften vanuit eigen kracht tegemoet te treden, dan is dat prima. Maar we zijn hopelijk het stadium voorbij dat wij vanuit onze kennis en professionaliteit weten wat goed voor hen is. Een agoog is misschien wel een eeuwige student, en de buurt, wijk of stad zijn (permanente) leer-werkplek.

Toen ik in mei vorig jaar coordinator werd in een inloophuis voor dak- en thuislozen, helemaal 'gerund' door vrijwilligers, wist ik dat ik een moeilijke klus aanvaard had. Mijn ervaring in het welzijnswerk (vooral de zorg voor dak- en thuislozen), uitvoerend en leidinggevend, mijn ervaring als trainer/coach en mijn levenservaring zouden mij helpen om daar een succes van te maken. Dacht ik. Denk ik nog steeds, maar ik ben in vijftien maanden een stuk 'wijzer' geworden. Vrijwilligers coordineren (lees: helpen leren, leidinggeven, aansturen enz. enz.) is een vak apart. Is het onder professionals in het welzijnswerk (hoe dichter bij 'de straat' hoe meer) al gebruikelijk dat eigen (levens)ervaring een belangrijke motiverende kracht is, onder vrijwilligers is dat nog sterker het geval. Met de nadruk op beide woorden: wat hen motiveert is echt en hun kracht werkt echt. Maar niet vanzelf.

In het denken over wat daarvoor nodig is, voor de vrijwilligers en voor mij (en voor het, ook uit vrijwilligers met specifieke persoonlijke motieven bestaande, bestuur), heb ik veel aan de Presentiebenadering van Andries Baart c.s. (www.presentie.nl). Die laat zien wat echt werkt en waardoor dat komt. Niets is zo praktisch als een goede theorie, en dan vooral deze: helder, flexibel, doortastend en vooral inductief. Wie al eens in gesprek gegaan is met Andries Baart weet hoe waar, goed en mooi dat is. Hij heeft zich vanuit 'zijn' benadering overigens al eens gebogen over (het leren en aansturen van) vrijwilligers (een verslag van zijn bevindingen is op de genoemde site te vinden).

Eerder in deze discussie werd al opgemerkt, dat 'we' (werkers en beleidsmakers in Zorg & Welzijn) spreken over en werken vanuit principes waarin 'de klant' centraal staat, stuurt en bepaalt - maar dat we daarmee 'de klant' niet altijd effectief van dienst zijn. Ik merk in de praktijk, dat het niet alleen belangrijk is om te denken vanuit de klant, maar ook in de taal van de klant (die kan overigens ook 'nieuwe woorden' leren). Ook daarover doet Andries Baart houtsnijdende uitspraken. Dit zeggende moge duidelijk zijn, dat ik ook de vrijwilligers als klant zie - en in mijn werksituatie niet alleen omdat velen van hen zelf ook de nodige levensaverij hebben opgelopen.

Elders op deze site heb ik gepleit voor de menselijke maat. Daarmee doel ik enerzijds op de schaal die voor mensen te overzien is (als in 'kleinschaligheid' en 'grootschaligheid'), anderzijds op het principe van maatje-zijn, menselijke maat zijn voor elkaar. Het is moeilijk om dat echt te doen binnen de piketpaaltjes van (bijvoorbeeld) awbz en wmo - en dus van de financiering. Maar alleszins de moeite waard. Mijn ervaring elders in de zorg is, dat dit al doende geleerd kan worden (zonder de formele grenzen echt te overschrijden). Creatief zijn ('niet lullen maar poetsen') tussen doen en registreren. Leren budgetteren kan ook gezamenlijk achter een winkelwagen - en sociale contacten leggen ook aan de visvijver. Bijvoorbeeld.

Als menselijke maat een eindje meelopen kan ook als je meer specifiek 'docent' van vrijwilligers bent. Die ervaring heb ik onder meer opgedaan in trainingen aan overblijfmoeders op basisscholen (die zichzelf vaak zo noemen, in plaats van 'medewerkers tussenschoolse opvang'; over taal gesproken). Ook zij hebben hun persoonlijke motieven om dat 'werk' te doen - en ook zij hebben hun specifieke krachten. Die naar boven halen en werkzaam maken (en transferabel) is ook een vak apart.

Deze ervaringen maken mij niet alleen duidelijk wat werkt en niet werkt, maar ook waar kansen blijven liggen of niet gezien worden. Een enkel voorbeeld tot (voorlopig) slot: al eens in de enorme berg trainingen 'timemanagement' eentje gevonden die effectief is voor werkers (betaald of vrijwillig) in de zorg, met de handen dagelijks aan het bed? Een training zonder adviezen om niet elk uur je mailbox te checken (zou in de zorg niet minder, maar meer moeten gebeuren), om je bureau op te ruimen en om je werk over de hele week te verdelen (verpleeghuisbewoners poepen elke dag en de dokter komt altijd ongelegen)?  

Het wordt tijd dat we (professionals) er meer zijn, op plaatsen, momenten en manieren die gewoon zijn voor de vrijwilligers (en professionals) die het dag aan dag doen. En onze werkplannen in de tas laten (niet wegdoen!) totdat deze mensen met onze coaching zelf plannen-die-werken maken. En dat we onze bestuurders met succes overtuigen van de noodzaak dat we daarvoor de ruimte en de tijd krijgen.

 

Mart Corsius (www.sense-works.nl)

Antwoorden op discussie

RSS

© 2022   Gemaakt door John Beckers.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden